Charlene Verweij, Voorlichter buitenlandse media bij Gemeente Amsterdam
Interview: Charlene Verweij
Gemeente Amsterdam
 
Waarom heb je voor dit beroep gekozen?

“Je kan wel zeggen dat ik zo’n jongere was die echt niet wist wat ze wilde worden. En het is ook heel lastig om vooraf te bepalen wat een beroep nou inhoudt. Ik heb nooit van tevoren gedacht, goh leuk ik wil later voorlichter buitenlandse media worden, maar ben er min of meer ingerold. Pas bij de derde studie waar ik aan begon (Taal en communicatie, dat valt onder Nederlands) dacht ik ‘dit vind ik echt leuk’. Ik ben me toen ook minder zorgen gaan maken over wat voor werk ik uiteindelijk zou gaan doen en heb vooral genoten van de studie. Vervolgens ben ik in de communicatie gaan werken en ben een tijd lang communicatieadviseur geweest op allerlei verschillende onderwerpen voor diverse projecten. Toen ik communicatieadviseur was voor de creatieve industrie in de regio Amsterdam leerde ik een collega kennen, die destijds de voorlichter buitenlandse media was, een baan waarvan ik daarvoor niet eens wist dat die bestond. Ik had ook geen idee dat er zoveel buitenlandse journalisten waren die zo geïnteresseerd zijn in Amsterdam. En ik besefte me toen pas goed dat Amsterdam zo’n ijzersterk merk is in het buitenland, en er veel gebeurt waarin mensen geïnteresseerd zijn. Enfin, ik werkte een tijdje met haar samen voor een project, het klikte heel goed en ik kwam er al gauw achter dat ik haar baan eigenlijk wel heel erg leuk vond. Een paar maanden later bleek zij met zwangerschapsverlof te gaan en vroeg zij mij of ik haar eventueel wilde waarnemen en dat was niet tegen dove mans oren gezegd, eindelijk mijn kans! Vervolgens heb ik een half jaar op die plek mogen zitten en het beviel me enorm goed, ik vond het dus best een beetje jammer om weer te stoppen. Na een paar maanden had ik wederom geluk dat een collega met wie zij samenwerkte een andere baan kreeg en heb ik gesolliciteerd op die functie. Dat waren 2 vliegen in 1 klap: een leuke baan en een leuke collega!”

Heb je altijd al geweten wat je wilde worden?

“Nou, ik heb wel wat ideeën gehad die later toch niet helemaal bij mij te leken passen. Zo werkte mijn vader bijvoorbeeld in een ziekenhuis als hoofd van het laboratorium en ging ik als kind best vaak met hem mee. Het leek me toen leuk om arts te worden, maar goed dan ben je heel klein en heb je ook geen idee wat het inhoudt. Maar juist omdat ik geregeld met hem meeging, mocht ik ook wel eens meekijken en toen had ik op een gegeven moment toch zoiets van nou…. Ik heb echt heel veel bewondering voor artsen maar denk dat het toch niet iets voor mij is. Ook heb ik toen ik jong was een tijd gedacht dat ik wel in de reclamewereld terecht zou komen, maar op een of andere manier heb ik daar nooit iets meegedaan. Het grappige is dat ik na de HAVO de opleiding HBO Communicatie ben gaan doen, maar ik vond dat totaal geen leuke opleiding. Toen ben ik een tijd gestopt en verder gaan denken over wat dan wel bij mij zou passen. Ik dacht: misschien zit die zorgkant en het in het ziekenhuis werken er toch nog wel in en toen had ik besloten dat ik in het ziekenhuis met terminaal zieke kinderen wilde werken als pedagogisch hulpverlener.

“Je kan wel zeggen dat ik zo’n jongere was die echt niet wist wat ze wilde worden.”

Vervolgens ben ik de opleiding sociaal pedagogische hulpverlening gestart en daar ben ik erg goed begeleid, ik had een super goede mentor. Ik ben hem heel erg dankbaar voor de begeleiding die ik toen heb gehad.In de eerste weken probeerde hij bij mij me los te krijgen wat ik precies wilde doen en ik had toen al een vrij duidelijk carrièreperspectief, namelijk dat ik met terminaal zieke kinderen wilde werken. Hij was daar best sceptisch over. Mijn mentor dacht dat het goed voor mij zou zijn om direct al stage te lopen, dus toen heb ik in het eerste jaar een meekijkstage gehad van een paar weken in het AMC, en ben ook daar heel goed begeleid. En ineens begreep ik waar die  houding van mijn mentor vandaan kwam, ik had me er namelijk heel erg op  verkeken hoe emotioneel zwaar het is. Je probeert in de belevingswereld  van kinderen in hun taal uit te leggen wat er precies gaat  gebeuren, wat er bij terminaal zieke kinderen op neerkomt dat je vertelt dat ze dood zullen gaan. Alleen het meelopen met de hulpverleners vond ik al heel heftig en kon het niet loslaten, nam het mee naar huis. Ik heb echt intens veel bewondering voor zij die het wel kunnen. De opleiding vond  ik wel heel boeiend en heb het jaar ook afgemaakt en mijn propedeuse  gehaald, maar ik heb daarna besloten niet verder te gaan met de studie.” 

Hoe ziet jouw werkdag eruit?

Elke dag is eigenlijk anders, ik heb geen standaard dagen en kan dus van tevoren niet zeggen hoe mijn dag eruit ziet. Wat wel bijna dagelijks terugkeert zijn inkomende vragen van journalisten. Ook nodigen we regelmatig journalisten uit voor persprogramma’s, waarbij we Amsterdam rondom een bepaald thema laten zien, zoals denim of startups. Ook persberichten of persuitnodigingen voor evenementen opstellen en versturen is onderdeel van mijn werk. Veel is ook regelwerk en ik ben vaak aan het overleggen met collega’s van andere afdelingen. En natuurlijk het nieuws in de gaten houden: hoe wordt er geschreven over Amsterdam in de internationale pers?” 

Wat vind je het leukste aan jouw beroep?

“Ik houd van Amsterdam, er is eigenlijk niks leukers dan te vertellen over deze mooie stad en dat mag ik dan gewoon voor mijn werk doen. Wat ik ook zo fijn vind is dat geen dag hetzelfde is, het afwisselende boeit mij heel erg. En wat ik ook heel leuk vind is dat ik te maken heb met mensen uit verschillende culturen, zo fantastisch om het perfectief van anderen te zien. Een leuk voorbeeld: fietsen is bijvoorbeeld een item dat voor internationale media heel erg leeft, ik vind het dan heel leuk als iemand uit Japan vraagt waarom we geen helm dragen, die bekijkt het dus heel anders – iets wat voor ons zo logisch is. Doordat je met zoveel verschillende mensen te maken hebt en dus ook diverse zienswijzen, dat je eigenlijk je eigen stad weer eens door die bril aan het bekijken bent.”

Wat vind je er minder leuk aan?

De onvoorspelbaarheid van je dag maakt het soms ook wel eens moeilijk om dingen te plannen. Soms plan je iets in en dan moet je het compleet omgooien omdat er bijvoorbeeld een persvraag binnenkomt die op dat moment prioriteit heeft waar je dan mee aan de slag gaat.

Wat is voor jou de grootste uitdaging?

“De grootste uitdaging vind ik prioriteiten stellen. Er zijn dagen dat alles belangrijk en urgent lijkt te zijn.”

Waar moet je goed in zijn?

Het helpt heel erg als je goed Engels spreekt, vooral omdat je met veel buitenlandse journalisten te maken hebt. Andere talen is natuurlijk altijd een pluspunt maar de journalisten met wie wij contact hebben spreken over het algemeen heel goed Engels.

Soms is het beleid dat wij hebben heel omvangrijk en gedetailleerd terwijl een journalist eigenlijk vaak dingen gericht wil weten, dus goed kunnen analyseren en ingewikkelde teksten kunnen vertalen naar een soort kernboodschap is dan wel heel belangrijk. Ook is het belangrijk dat je je goed moet kunnen inleven in verschillende culturen, het helpt namelijk ontzettend als je weet hoe je iemand het beste kan benaderen in een bepaald land. Als laatste helpt het ook dat je goed weet hoe de organisatie, jouw interne netwerk, in elkaar steekt omdat je voor een aantal zaken diverse collega’s van andere afdelingen nodig hebt.”

Werk je alleen of in een team?

“Ik doe veel zelfstandig, maar werk binnen een team van collega’s. Daarnaast werk ik voortdurend samen met 
collega’s van diverse afdelingen, soms in een projectteam, soms voor een specifieke vraag van een journalist.

Wat kun je verdienen?

“Dat is afhankelijk van meerdere dingen, zoals leeftijd, opleiding en ervaring, maar het salaris is minimaal €2636 en maximaal €4583 bruto.” 

Welke opleidingen zijn nodig?

Het hangt er een beetje vanaf hoe dat je dat bekijkt. Zelf heb Nederlands gestudeerd en ben hier terecht gekomen en was het meer de ervaring en motivatie die meetelde dan mijn opleiding. Uiteraard helpt het heel erg om goed te kunnen schrijven en iets met (interculturele) communicatie of journalistiek gedaan te hebben. Voor wat betreft de internationale kant kan ik me ook heel goed voorstellen dat iemand die de opleiding Internationale betrekkingen heeft gedaan ook heel goed op zo’n plek kan  zitten.” 

Heb je tips voor jongeren en hun toekomst?

Mijn vader zei altijd: ‘Charlene, ga nou gewoon doen wat je leuk vindt en maak je niet zo druk over het carrièreperspectief’. Mijn vader vergeleek het met veel jongeren in mijn tijd die bijvoorbeeld economie gingen studeren met het doel om daar een goedbetaalde functie uit te slepen als econoom, maar mijn vader zei ‘het maakt niet uit, want je wint het nooit van iemand die echt een passie voor economie heeft’. Die wijze les heb ik bij mijn derde studie pas echt kunnen waarderen. Toen ik los liet wat kan ik ermee kon worden ben ik inderdaad echt anders gaan kijken: wat vind ik nou leuk? Een andere tip is om gewoon te gaan werken, wat dan ook – ik heb zelf als eerste baantje op mijn 15e hamburgers gebakken, ik vond dat absoluut geen leuke baan. Ik werkte daar samen met een jongen, en wat hij bijvoorbeeld deed was met ketchup hartjes maken op de burgers en ik had echt zoiets van: waarom doe je dat? Hij leerde mij dat je ook de kleine dingen leuk moet maken, dus zelfs als je hamburgers aan het maken bent kun je het jezelf leuk maken.

 “Mijn vader zei altijd: ‘Charlene, ga nou gewoon doen wat je leuk vindt en maak je niet zo druk over..'”

Informatie over de gemeente:

Algemene informatie over de gemeente? www.amsterdam.nl

Logo-Gemeente-Amsterdam